Immunotherapie

Wanneer bij een patiënt allergische rhinitis is gediagnostiseerd staan de arts diverse behandelmogelijkheden ter beschikking:

  • vermijden van het allergeen
  • farmacotherapie
  • allergeenspecifieke immunotherapie
  • anders (waaronder operatief ingrijpen)

Het vermijden van het klachtenveroorzakende allergeen is, indien mogelijk, altijd relevant. Wanneer het vermijden van het allergeen niet mogelijk is of onvoldoende effect sorteert zal veelal behandeling met medicijnen volgen.

Voor behandeling van milde, intermitterende klachten zal farmacotherapie meestal afdoende verbetering van de klachten van de patiënt opleveren (Bousquet 2008). Voor alle overige vormen van allergische rhinitis al dan niet gepaard gaande met milde astmaklachten is ook allergeenspecifieke immunotherapie een behandeloptie.

Allergeenspecifieke immunotherapie betekent in de praktijk het toedienen van (geleidelijk stijgende) hoeveelheden van een allergeenextract aan iemand die een IgE-gemedieerde respons op het betreffende allergeen vertoont, met als doel de symptomen die volgen op de blootstelling aan het allergeen, te verminderen of te doen verdwijnen.

Referentie
• Bousquet J et al. Allergic Rhinitis and its Impact on Asthma (ARIA) 2008 Update (in collaboration with the World Health Organization, GA2LEN and AllerGen). Allergy 63 (Suppl 86): 8-160, 2008.