Richtlijnen en onderbouwing

Allergeenspecifieke immunotherapie kent twee toedieningsvormen: sublinguaal (middels druppels en/of tabletten) en subcutaan (middels injecties). In de tabel wordt een overzicht gegeven van het niveau van klinisch bewijs voor sublinguale en subcutane immunotherapie volgens de ARIA Werkgroep.


Tabel: niveau van klinisch bewijs voor SCIT en SLIT volgens de ARIA Werkgroep

  » Ia: bewijs uit meta-analyse van gecontroleerde, gerandomiseerde onderzoeken.
  » Ib: bewijs uit minimaal één gecontroleerd, gerandomiseerd onderzoek.
  » IIa: bewijs uit minimaal één gecontroleerd onderzoek zonder randomisatie (Shekelle 1999).


De wetenschappelijke en klinische onderbouwing van sublinguale immunotherapie is op veel gebieden inmiddels sterker dan van subcutane immunotherapie:

  • Grote dubbelblinde placebo gecontroleerde en gerandomiseerde klinische studies met meer dan 100 patiënten per arm zijn voornamelijk uitgevoerd met SLIT producten (Dahl 2006, Durham 2006, Didier 2007, Wahn 2009, Bufe 2008 versus Frew 2006).
  • Inmiddels is de werkzaamheid van immunotherapie bij kinderen voor SLIT producten beter onderbouwd in dubbelblind placebo gecontroleerde en gerandomiseerde studies dan voor SCIT producten (Wahn 2009, Bufe 2008, Röder 2008).
  • Voor meerdere SLIT producten zijn recent goede dosis-respons onderzoeken uitgevoerd en gepubliceerd om de allergeendosis met het optimale werkzaamheids/veiligheidsprofiel vast te stellen. Hoewel SCIT producten al veel langer verkrijgbaar zijn ontbreken deze studies voor de meeste producten nog steeds (Didier 2007, Durham 2006, Frew 2006).

Meer onderzoek met sublinguale immunotherapie blijft noodzakelijk. Zo blijven vragen open op het gebied van ondermeer de optimale behandelduur, de effecten van sublinguale immunotherapie na het staken van de behandeling en naar de ziektemodificerende effecten. Stallergenes zal, als één van de grootste, internationale biofarmaceutische bedrijven actief op het gebied van allergeen-specifieke immunotherapie, haar bijdrage aan het oplossen van deze en andere onderzoeksvraagstukken blijven leveren.


» Wanneer u meer informatie wilt over:
    • ORALAIR, de sublinguale immunotherapie in tabletvorm van Stallergenes, klik hier.
    • STALORAL, de sublinguale immunotherapie in druppelvorm van Stallergenes, klik hier.

Referenties
• Passalacqua G, Durham SR. Allergic Rhinitis and its impact on Asthma update: Allergen immunotherapy.  J Allergy Clin Immunol 119:881-891, 2007.
• Bufe A et al. Safety and efficacy in children of an SQ-standardized grass allergen tablet for sublingual immunotherapy. J Allergy Clin Immunol. 123:167-173, 2009.
• Dahl R et al. Efficacy and safety of sublingual immunotherapy with grass allergen tablets for seasonal allergic rhinoconjunctivitis. J Allergy Clin Immunol 118:434-440, 2006.
• Didier A et al. Optimal dose, efficacy, and safety of once-daily sublingual immunotherapy with a 5-grass pollen tablet for seasonal allergic rhinitis. J Allergy Clin Immunol 120:1338-1345, 2007.
• Durham SR et al. Sublingual immunotherapy with once-daily grass allergen tablets: A randomized controlled trial in seasonal allergic rhinoconjuctivitis. J Allergy Immunol 117:802-809, 2006.
• Frew AJ et al. Efficacy and safety of specific immunotherapy wit SQ allergen extract in treatment-resistant seasonal allergic rhinoconjuctivitis. J Allergy Clin Immunol 117:319-325, 2006.
• Röder E et al. Immunotherapy in children and adolescents with allergic rhinoconjunctivitis: a systematic review. Pediatr Allergy Immunol 19:197-207, 2008.
• Shekelle PG et al. Clinical guidelines: developing guidelines. BMJ 318 (7183):593-596, 1999.
• Wahn U et al. Efficacy and safety of 5 grass pollen sublingual tablets in children and adolescents with grass pollen rhinoconjunctivitis. Allergy 123:160-166, 2009.

Naar boven