Werkzaamheid

De werkzaamheid van immunotherapie kan worden onderverdeeld in:

  • Directe werkzaamheid: vermindering van symptomen en verminderd gebruik van symptoombestrijdende medicatie kort na de start van de therapie;
  • Blijvende werkzaamheid: blijvende vermindering van symptomen en verminderd gebruik van symptoombestrijdende medicatie na afloop van een behandeling van tenminste 3 achtereenvolgende jaren;
  • Ziektemodificerende effecten: preventie van astma bij patiënten met allergische rhinitis en het voorkomen van nieuwe sensibilisaties.

De blijvende werkzaamheid en de ziektemodificerende effecten zijn alleen aangetoond voor allergeenspecifieke immunotherapie. Daarmee onderscheidt allergeenspecifieke immunotherapie zich duidelijk van farmacotherapie.

Wanneer de werkzaamheid en veiligheid van immunotherapie ter sprake komt wordt deze over het algemeen besproken in de context van een klasse–effect. De verschillende immunotherapeutica zijn echter niet gelijk wat betreft dosering en wetenschappelijke onderbouwing. In richtlijnen wordt dan ook geadviseerd de keuze voor een allergeenpreparaat te baseren op Evidence Based Medicine (EBM) en alleen gestandaardiseerde allergeenpreparaten te gebruiken met een goede onderbouwing wat betreft doseringsschema’s,  werkzaamheid en veiligheid (Bousquet, 2008).

Referentie
• Bousquet J et al. Allergic Rhinitis and its Impact on Asthma (ARIA) 2008 Update (in collaboration with the World Health Organization, GA2LEN and AllerGen). Allergy 63 (Suppl 86): 8-160, 2008.